Blog | De natuurvergunning voor de veehouderij; het blijft een netelig ding

Terug in de tijd tot de dag van vandaag

“In de menselijke samenleving hebben zich, in het bijzonder in de laatste tientallen jaren, wijzigingen voltrokken welke een steeds kleinere plaats overlaten aan de vrije natuur. In Nederland met zijn snel toenemende bevolking en zijn krachtig streven naar ruimere bestaansmogelijkheden, hebben deze wijzigingen geleid tot aantasting en vaak vernietiging op grote schaal van natuur- en landschapsschoon. Deze gang van zaken, aanvankelijk vanzelfsprekend en veelal onafwendbaar schijnend, heeft van lieverlede reacties gewekt. De overtuiging groeide, dat op deze wijze culturele waarden van hoog gehalte verloren gingen, welker betekenis voor het welzijn van ons volk niet uit het oog mocht worden verloren”.

Zo stelt de Natuurbeschermingswet van 1967. Ik lees het terug in een klein oud boekje van mijn vader met de titel “Natuurbeschermingswet en Natuurschoonwet 1928”. Het stamt nog uit de tijd dat mijn vader zich bezig hield met de Natuurbeschermingswet en Vogelwet eind jaren 70, begin jaren 80. Inmiddels zijn we bijna 55 jaar verder sinds het verschijnen van de eerste Natuurbeschermingswet. En hoewel de vergunningverlening al vanaf 2008 moeizaam verloopt, zijn de gemoederen de afgelopen paar maanden pas echt hoog opgelopen. Er is al zoveel over stikstof gezegd en geschreven, dat er eigenlijk geen nieuws meer te brengen valt. Het enige wat ik kan doen, is mijn versie van het verhaal met jullie delen. Mijn versie, als adviseur van de veehouder…

Terug in de tijd

Mijn eigen avontuur met de Natuurbeschermingswet begon zo’n tien jaar geleden. Aanleiding was de uitspraak van de Raad van State op 7 december 2011. Lange tijd werd gedacht dat er geen vergunning nodig was, indien er geen sprake was van negatieve effecten ten opzichte van de bestaande situatie. De uitspraak had tot gevolg dat er altijd (ook bij een afname in stikstofdepositie) een natuurvergunning nodig was. Dit had grote gevolgen voor de vergunningverlening aan veehouderijen. Zo kwam ik in 2012 terecht bij de provincie om de afdeling vergunningverlening te ondersteunen.

De basis was simpel. Met behulp van het rekenprogramma AAgro-Stacks werd de stikstofdepositie van het project berekend. Toenames in stikstof konden niet zomaar vergund worden. Er werden alternatieven gezocht. Door gebruik te maken van saldering dacht men de oplossing te hebben gevonden. In Noord-Brabant werd zelfs een zogenaamde depositiebank opgericht. Al snel bleek de bank leeg en kon niet zo gemakkelijk opnieuw worden gevuld. Ook werd er gebruik gemaakt van extern salderen (gebruik maken van ingetrokken rechten van derden). Na verschillende uitspraken in 2013 werden de eisen voor extern salderen sterk verduidelijkt. In de praktijk werden de eisen een stuk strenger en salderen moeilijker toepasbaar. Een depositiebank is mogelijk, maar onder bepaalde voorwaarden. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderij werden hiermee destijds al verder beperkt.

De PAS als oplossing

Om weer ontwikkelingsruimte te bieden aan bedrijven die zich wilden ontwikkelen en tegelijkertijd de instandhoudingsdoelstellingen van de kwetsbare natuurgebieden te realiseren, werd de Programmatische Aanpak Stikstof (hierna: PAS) in het leven geroepen. In 2014 schreef ik er zelfs een paper over voor mijn opleiding aan de Open Universiteit in Utrecht. Een van de conclusies van mijn onderzoek: De juridische haalbaarheid lijkt onzeker. Op 1 juli 2015 trad de PAS in werking. Na de gang naar de rechter door verschillende natuurorganisaties, leidde de PAS in 2017 tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Uiteindelijk duurde het nog tot 29 mei 2019 tot de Raad van State besloot dat de PAS niet mocht worden gebruikt als basis om toestemming te verlenen in het kader van de Wnb. Dit hadden we dus al vanaf het begin zien aankomen.

Van PAS tot nu

We moesten weer verder zonder PAS, maar wel binnen bepaalde grenzen. Aan het eind van 2019 werden er beleidsregels vastgesteld voor intern en extern salderen. Salderen mag, maar er moet wel rekening worden gehouden met strengere regels. Zo mogen niet-gebouwde stallen niet worden ingezet als saldering en moet er bij externe saldering worden afgeroomd. Met de inwerkingtreding van de ‘Spoedwet aanpak stikstof’ werd op 1 januari 2020 de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) gewijzigd. Op 21 januari 2021 oordeelde de Raad van State dat hierdoor geen vergunning meer nodig is voor intern salderen. Dat betekent dat als de beoogde situatie past binnen de bestaande toestemming, geen aanvullende vergunning nodig is. Wacht eens even? Dan zijn we eigenlijk weer terug bij af. Alleen concludeerde de Raad van State in 2011 dat er juist wél altijd een natuurvergunning nodig is. Ik snap er niets meer van.

Hoe verder?

Het gebrek aan duidelijkheid brengt ons niet verder. Dat er iets moet veranderen is inmiddels wél duidelijk. Dat is dan ook de enige duidelijkheid die de boer op dit moment heeft. De overheid stelt dat er een ‘onontkoombare transitie naar een vitaal landelijk gebied noodzakelijk is’. Maar wat houdt dit precies in? De precieze gevolgen zullen nog even op zich laten wachten. Het is belangrijk om ons er bewust van te zijn dat de provincies een belangrijke rol spelen. De provincies werken de gebiedsgerichte aanpak verder uit. En de afgelopen weken is al één ding duidelijk geworden: de provincies varen niet allemaal blind op de depositiekaartjes van de overheid.

Ondertussen verschijnen de eerste berichten dat de vergunningplicht voor intern salderen later dit jaar weer zijn intrede zal doen. Dit lijkt ons eigenlijk wel een goede ontwikkeling. Weer een beetje meer duidelijkheid. We weten immers allemaal hoe het met de PAS-melders is afgelopen. Geen vergunningplicht bleek later toch weer wél vergunningplicht. Maar ook aan de vergunningprocedure zitten haken en ogen.

Op basis van provinciaal beleid worden ondernemers gedwongen om keuzes te maken over de toekomst van hun bedrijf. De keuze om te stoppen wordt steeds reëler. Een andere optie is het terugbrengen van de ammoniakemissie met emissie-reducerende technieken. Nadat eerder het reductiepercentage van de luchtwassers ter discussie stond, liggen nu de emissiearme vloeren bij melkvee onder vuur. Ook de eerste meetresultaten van systemen bij pluimvee zijn niet erg positief. Dit maakt ook de vergunningverlening voor emissie-reducerende systemen steeds moeilijker.

Zoals ik eerder al schetste, blijft de vergunningverlening in het kader van de Wnb aan veranderingen onderhevig. Er zijn nog veel onduidelijkheden. Hoe moet het verder met beweiden en bemesten? Hoe ziet de toekomst van extern salderen eruit? Zal de 25-kilometergrens weer uit AERIUS verdwijnen? En hoe staat de bank tegenover financiering van investeringen? De tijd zal het leren.

Tussen alle strubbelingen door, blijven wij bij Bergs Advies zoeken naar mogelijkheden om een vergunning te regelen. Stilstand is achteruitgang. Ook hulp nodig bij een vergunning in het kader van de Wnb? Neem gerust contact op met een van onze adviseurs.

« Terug naar het overzicht
Geschreven door: Nieneke Cuijpers Adviseur milieu Meer over Nieneke

Delen

Personeel | Welkom Ronald

Sinds enige tijd loopt onze stagiair Ronald van Kempen bij Bergs Advies rond. Ronald is momenteel bezig met afstuderen aan de Aeres Hogeschool te Dronten. In deze fase van zijn afstuderen volgt Ronald...

Lees verder »

Blog | Mer: Samen naar de toekomst

Na zo’n 2 jaar van afwezigheid, wat betreft een fysieke bijeenkomst, was het op donderdag 13 oktober jl. weer zover. Vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werd de Landelijke mer-dag w...

Lees verder »