Saneringsregeling Varkenshouderijen – Veelgestelde vragen

In de afgelopen weken hebben we gemerkt dat deelnemers zich actief aan het voorbereiden zijn, met name met de aanstaande sloop van de bebouwing en de invulling van alle voorwaarden. De praktische uitvoering leidt in een aantal gevallen tot vragen en onduidelijkheden. Om deze reden hebben wij in de afgelopen weken meermaals contact opgenomen met RVO om meer helderheid te krijgen. Er zullen naar verwachting ook tijdens de komende weken, maanden, nog meerdere vragen ontstaan. Omdat meerdere klanten van ons deelnemer zijn in de saneringsregeling, hebben wij een overzicht gemaakt van de veelgestelde vragen en de antwoorden hierop.

Mocht uw vraag als deelnemer aan de saneringsregeling niet in onderstaand overzicht van veelgestelde vragen voorkomen, dan kunt u zich altijd wenden tot één van onze medewerkers van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling ofwel een mail sturen aan info@bergsadvies.nl o.v.v. Saneringsregeling Varkenshouderijen.

Veel gestelde vragen

Vraag:

Als een deelnemer de model-overeenkomst heeft ondertekend, maar vervolgens niet aan de volgende voorwaarden en verplichtingen als gesteld in de beschikking (zgn. 8 maandeneis) kan danwel wil voldoen, vervalt de deelname aan de regeling dan van rechtswege?

Antwoord:

Het moment van het ondertekenen van de model-overeenkomst wordt beschouwd als het moment dat stoppen van de varkenshouderij en sanering van het bedrijf onomkeerbaar is.

De basis hiervoor ligt in de gesloten model-overeenkomst onder ‘overwegende’. Hierin staan een aantal punten genoemd, die weliswaar geen directe betrekking hebben op de sanering, maar daarentegen wel op de verplichting om op de locatie te stoppen met het houden van varkens. Er is dus geen ruimte om de onomkeerbare deelname uit te stellen, zolang je als varkenshouder niet voldoet aan de andere voorwaarden.

Vraag:

Mag eerder worden gestart met sloopwerkzaamheden? Met name het intern kunnen strippen van de inrichting van de stallen, nadat deze leeg gekomen zijn, is voor veel deelnemers gewenst.

Antwoord:

Voor deelname aan de subsidieregeling dient de aanvrager zich te conformeren aan de vastgestelde termijnen. Sloop van de inventaris van de dierenverblijven is echter op grond van de regeling toegestaan. Alleen de muren, het dak en de mestputten van de stal moeten nog aanwezig zijn op het moment dat de controle plaats vindt. Men mag pas starten met de rest van de sloop als de NVWA op controle is geweest en de ondernemer groen licht heeft gekregen van RVO.

Vraag:

De periode van sloop is relatief erg kort, in theorie slechts 6 maanden. Op moment dat je als deelnemer aan alle voorwaarden in de eerste 8 maanden hebt voldaan, is het gewenst dat de NVWA zo snel mogelijk de benodigde controle op locatie komt uitvoeren. Kan men erop vertrouwen dat de controle spoedig zal worden uitgevoerd?

Antwoord:

RVO.nl zal binnen 2 dagen na ontvangst van de melding dat voldaan is aan de 8 maandeneis, een volledigheidstoets uitvoeren. Vervolgens zal de NVWA binnen 2 weken de controle op de locatie uitvoeren. Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, betaalt RVO.nl uiterlijk 3 dagen nadien het voorschot uit. Daarna kan worden gestart met de feitelijke sloop.

Vraag:

Het bedrag voor vergoeding van de vervangingswaarde van de stallen wordt bepaald nadat voldaan is aan de 8 maandeneis en de controle hierop is uitgevoerd. Stel dat op de intrekking van de omgevingsvergunning danwel intrekking/wijziging vergunning Wet natuurbescherming bezwaar wordt ingediend, wordt de waardevermindering dan na deze bezwaarperiode pas bepaald?

Antwoord:       

De vraag heeft betrekking op de waardevermindering van dierenverblijven en het tijdstip waarop aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Een eventuele bezwaarprocedure schorst niet de werking waartegen het gericht is. De (primair) ingetrokken omgevingsvergunning of intrekking vergunning Wet natuurbescherming zou daarbij voor het tijdstip van de waardebepaling in beginsel leidend moeten zijn.

Vraag:

Een bestaande Nb-wet vergunning dient ingetrokken danwel gewijzigd te worden. Is een deelnemer al zijn Ammoniakrechten dan kwijt? Indien op de locatie een nieuwe functie, een nieuwe bestemming wordt begonnen, dient hij dan ammoniakrechten aan te kopen? Vrijwel iedere nieuwe activiteit binnen de locatie zorgt namelijk voor stikstofdepositie en is ammoniak dus nodig.

Antwoord:

Provinciale Staten van de provincies waarbinnen de saneringsregeling geldt, hebben hun beleidsregels aangepast, waardoor deelnemers een zekere stikstofruimte (eenmalig maximaal 15%) mogen inzetten om op de betreffende locatie andere bedrijfsmatige activiteiten dan intensieve veehouderij uit te voeren (in casu: intern salderen).

Vraag:

Er is sprake van een onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie als de meststoffen van varkens zijn verwijderd van de varkenshouderijlocatie.
Hoe moet dit worden geïnterpreteerd? Mogen we ervan uitgaan dat dit betekent dat de mestputten zuigleeg moeten zijn?

Antwoord:

Zie regelingstekst: “6.1 Afvoer dieren en mest”.
Een eerste voorwaarde voor subsidieverstrekking is dat de varkenshouder al zijn varkens van de betreffende productielocatie afvoert. Hij dient tevens de aanwezige varkensmest van zijn bedrijf af te (laten) voeren. De aanwezigheid van mest kan immers aanzienlijke geurhinder veroorzaken. Het gaat bij de maatregelen, die binnen acht maanden na subsidieverstrekking uitgevoerd moeten worden, om de varkensmest die verpompbaar is. Een eventueel aanwezige bezinklaag die niet verpompbaar is, zal ten tijde van de sloop alsnog, volgens de uit de Meststoffenwet geldende regels, afgevoerd dienen te worden”.

Vraag:

In de provincie Brabant is op grond van de Interim Omgevingsverordening een stalderingsregeling van kracht. Kunnen deelnemers aan de saneringsregeling binnen deze provincie hun vierkante meters dierenverblijven inzetten voor staldering?

Antwoord:

Een deelnemer aan de sanering varkenshouderijen kan ook meedoen aan de stalderingsregeling, dus als de stallen aan de voorwaarden voldoen kunnen deze voor staldering worden ingezet. Een combinatie van deelname aan de sanering varkenshouderijen en Ruimte voor Ruimte is niet mogelijk, omdat in beide gevallen ook de fosfaatrechten moeten worden ingeleverd en uiteraard kan dat maar 1 keer.

Vraag:

Kan een deelnemer aan de saneringsregeling de brand-/stormverzekering van de stallen al opzeggen? Een dergelijke verzekering keert immers niet uit als er geen herbouw plaatsvindt.

Antwoord:

Het advies hiervoor is: ga in overleg met uw verzekeraar. Dergelijke vragen kunnen enkel beantwoord worden door de verzekeraar die de polis heeft verstrekt. Wellicht is een aangepaste dekking mogelijk. Essentieel hierbij is wel de vraag of de daken nog voorzien zijn van asbest. Indien dat zo is, is het in onze ogen niet verstandig om de verzekering op te zeggen. Mocht alsnog brand uitbreken, dan is het van belang dat de milieuschade/gevolgschade als gevolg hiervan gedekt blijft. Met name de hoge kosten voor het opruimen van asbest in de omgeving na brand, dien je te vermijden.

Vraag:

Moeten de spanten van de gesloopte stallen geheel van de locatie verwijderd zijn (i.v.m. de controle NVWA), dit terwijl de deelnemer voornemens is deze te gaan hergebruiken binnen de locatie?

Antwoord:

Binnen de subsidieregeling wordt vereist dat de subsidieontvanger de voor de varkenshouderij gebruikte dierenverblijven, voer- en mestsilo’s en mestkelders laat slopen en dat het sloopafval en het puin van de productielocatie worden afgevoerd. Indien de varkenshouder bepaalde onderdelen van de productiecapaciteit wil hergebruiken, dan moet de ondernemer hierover goede afspraken met de betreffende gemeente maken. De gemeente is immers bevoegd gezag in dezen. De afspraken met de gemeente moeten goed vastgelegd zijn, zodat bij de controle of aan de sloopeis is voldaan geen misverstanden kunnen ontstaan.

« Terug naar het overzicht
Geschreven door: Margritte Rampen Adviseur ruimtelijke ontwikkeling Meer over Margritte

Delen

Deel bericht