Vacatures1

De realiteit van de geschatte mestvoorraad

Het doorgeven van de eindvoorraad mest; slechts een administratieve handeling van een veehouder. Toch kunnen de consequenties van de ingevulde gegevens aanzienlijk zijn, met als absoluut dieptepunt een flinke mestboete door een administratief geconstateerd verantwoordingsgat.

Hoe is zoiets mogelijk? Wet- en regelgeving volgen, maar vervolgens als mogelijke fraudeur worden weggezet. Een paradox of toch niet? Ik probeer het uit te leggen:

De theorie
Van de op 31 december aanwezig mest, dient het gewicht en de hoeveelheid fosfaat en stikstof te worden bepaald. Indien vanuit RVO medio december een uitnodiging volgt voor het doorgeven van de Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven (AGL), dient deze voorraad aan het RVO doorgegeven te worden.

Het gewicht dient door meting van het volume en soortelijk gewicht te worden vastgesteld en het fosfaat- en stikstofgehalte hiervan middels de best beschikbare gegevens, aldus de Meststoffenwet. Met een stok in de put meten, luidt de praktische handeling aan het eind van het jaar en deze hoeveelheid vermenigvuldigen met het fosfaat- en stikstofgehalte van een putmonster, de afgevoerde mest van dat jaar of van de vastgestelde forfaits.

De praktijk
Vervolgens kan diezelfde stok door nVWA danwel RVO spreekwoordelijk gebruikt worden ‘om mee te slaan’ bij een controle, waarbij de gemeten mestvoorraad ineens een rekenkundig onderdeel vormt voor de gebruiksnormenberekening of verantwoording van de meststoffen. Het resultaat kan dan zijn dat je, ondanks afvoer van alle geproduceerde mest, een mestboete rijker bent.

Niet vreemd dus dat veehouders zelf gaan berekenen (of laten berekenen) wat de mestvoorraad aan het eind van het jaar zou moeten zijn voor een sluitende mineralenbalans. Geen probleem, wanneer de uitkomst een hoeveelheid mest betreft die ook in de put aanwezig is. Maar wat als er een (veel) grotere of kleinere hoeveelheid uit de berekening volgt dan wat er feitelijk in de put zit?

‘Best beschikbare gegevens’ lijkt een term die veel opties open zou houden. Echter leert de ervaring dat RVO vasthoudt aan fosfaat- en stikstofgehaltes van de afgevoerde mest over het betreffende jaar. Wanneer deze mest representatief is voor de geproduceerde mest dat jaar is dat nog geen probleem, echter wordt het vervelend wanneer er bijvoorbeeld slechts enkele vrachten dunne drijfmest zijn afgevoerd. Bij de voorraadbepaling wil dit zeggen dat de volledige voorraad aan deze gehaltes wordt meegenomen. Waarschijnlijk resulteert deze onnauwkeurigheid in een verantwoordingsgat voor de mineralenbalans van dit jaar en is er volgend jaar juist een ruime verantwoording van de meststoffen. Of om rekenkundig geen verantwoordingsgat te hebben dit jaar, zou er meer mest opgegeven moeten worden dan wat er feitelijk zou zitten. Hier ontstaat dus het spanningsveld tussen theorie en praktijk.

Huidige situatie
Wie weet wat er feitelijk in de put aanwezig is? Welke gehaltes zijn representatief? Over bezinklagen, gescheiden mest in de put, mestbewerking en verschillende stalsystemen heb ik dan nog niet gesproken.

Het is niet voor niets dat in het oude Minas-stelsel het voorraadsaldo buiten beschouwing werd gelaten, aangezien de bepaling van de hoeveelheden in opslag vaak gepaard ging met aanmerkelijke meetfouten. Ook Raadsheer Advocaat-Generaal mr. Wattel, welke werd ingevlogen voor een kijk op de huidige mestwetgeving in een drietal zaken bij het CBB, haalt eind 2018 aan dat het ongewenst is dat onnauwkeurigheden als deze leiden tot zgn. papieren overtredingen.

Beide kanten van het verhaal zijn begrijpelijk. De agrariër die rechtvaardig behandeld wil worden en de overheid die handvatten wil voor controles. Een gang naar de rechter zal een antwoord geven op individuele gevallen. Maar het laatste woord hierover lijkt nog niet gesproken.

Jouw situatie
Hoe zit het op jouw bedrijf? Weet je rekenkundig gezien hoe het ervoor staat? Anticiperen lopende het jaar is prettiger dan verrassingen achteraf.

Samen met mijn collega’s kunnen we een goed inzicht geven in de mineralenbalans van het lopende jaar middels de prognose en helpen we met het invullen van de Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven aan het begin van het jaar. Ook indien het reeds tot een boete is gekomen, kan ik je met raad en daad bijstaan in het juridische proces. Contact kun je opnemen met me middels telefoon (06 82 54 58 41) of via de mail: susan@bergsadvies.nl

« Terug naar het overzicht
Geschreven door: Susan Vossen Adviseur mestwetgeving Meer over Susan

Delen

Deel bericht