Vacatures1

Bordje-prik met ‘voerspoor’

De fosfaatproductie van de Nederlandse veestapel zit nog steeds boven het door de Europese Unie vastgestelde fosfaatplafond. Volgens CBS is een daling van de fosfaatproductie in de veehouderij over het algemeen wel zichtbaar.
Een van de trajecten om de totale fosfaatproductie te verlagen is door het fosforaandeel in mengvoeders omlaag te brengen (convenant LTO-Nevedi genaamd ‘het voerspoor’). Maar waar komt het voerspoor uiteindelijk terecht? Op het bord van de boer of op het bord van de diervoederleverancier?

Varkenshouderij

Reductie van de fosfaatproductie door middel van het voerspoor in de varkenshouderij is sector-breed nog niet concreet toegepast. Vanuit de sector is geen verplichting tot reductie van fosfaat in diervoeders. Wel is het mogelijk om als varkenshouder hier individueel voor te kiezen.

Varkenshouders kunnen vrijwillig deelnemen aan de Regeling fosfaatreductie varkenshouderij, die op 29-05-2017 is opengesteld door de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Deze regeling is gericht op varkensbedrijven die hun inkoop van fosfaat middels mengvoeders verminderen ten opzichte van het jaar 2016. Voor deze fosfaatreductie kunnen de deelnemende bedrijven een financiële tegemoetkoming krijgen. Hoeveel de tegemoetkoming is hangt af van het niveau van bruto fosfor in het mengvoeder op het bedrijf in 2016.

Tevens hebben varkenshouders de mogelijkheid om deel te nemen aan kwaliteitssystemen zoals bijvoorbeeld ‘Beter Leven’ en ‘Varken van Morgen’. Bij deelname aan deze kwaliteitssystemen gelden een aantal voorwaarden op gebied van diergezondheid, dierwelzijn en voedselveiligheid. Om aan deze voorwaarden te voldoen zijn verscheidene criteria opgesteld met betrekking tot bedrijfsvoering, huisvesting- en stalsystemen, diervoeders, medicijngebruik, diergezondheid, aan-afvoer van dieren, transport, productveiligheid en hygiëne.

Als een van deze criteria betreffende diervoeders geldt de verplichting om een minimale fosfaatefficiëntie te behalen. Uit de fosfaatefficiëntie blijkt hoeveel fosfaat er op een bedrijf binnenkomt via aanvoer van diervoeders en hoeveel er weer weggaat via afvoer van dieren. Op zeugenbedrijven geldt een minimale efficiëntie van 37% tot 39% afhankelijk van de verschillende kwaliteitssystemen. Voor vleesvarkensbedrijven geldt een minimale efficiëntie van 41%.

Rundveehouderij

Reductie van de fosfaatproductie door middel van het voerspoor, is in de rundveehouderij sector-breed wel van toepassing. Verlagen van het fosforgehalte in mengvoer voor runderen is een van de maatregelen binnen het fosfaatreductieplan die ervoor moet zorgen dat de totale fosfaatproductie in de rundveehouderij onder het fosfaatplafond komt.

Binnen de sector is afgesproken dat het gemiddelde fosforgehalte in mengvoer voor runderen max. 4,3 gram bruto fosfor per kilogram mag bedragen.
Zodra blijkt dat voerleveranciers met het voerspoor onvoldoende resultaat boeken, worden voor de individuele melkveehouders maximale eisen gesteld aan het fosforgehalte in het mengvoer, dan wel aan het totale rantsoen. Als deze regeling in werking zou treden, komen melkveehouders voor de keuze te staan om te voldoen aan een maximale toegestane hoeveelheid fosfor per kg mengvoer, of in het totale rantsoen. Het totale rantsoen dat aan runderen is gevoerd, dient in deze regeling minder dan 3,5 gram bruto fosfor per kilogram droge stof te bevatten. Mengvoer mag dan gemiddeld maximaal 4,3 gram fosfor per kilogram bevatten.

Fosfaatreductie via voerspoor

De toekomst zal leren op welk bord het voerspoor uiteindelijk terecht komt. Voor de varkenshouderij blijft de situatie vooralsnog ongewijzigd. De individuele varkenshouder heeft de keuze om fosfaatproductie te reduceren via het voerspoor nog in eigen beheer, door bijvoorbeeld deel te nemen aan de Regeling fosfaatreductie varkenshouderij of door deelname aan een van de bestaande kwaliteitssystemen.

De sector melkveehouderij heeft de fosfaatproductie via het voerspoor volgens doelstelling gereduceerd. Dit is gebleken tijdens monitoring van het eerste kwartaal in 2017. De regeling voor het individuele voerspoor wordt daarom sowieso uitgesteld tot 15 augustus 2017. Zou uit een volgende monitoring blijken dat de voersector onvoldoende resultaat boekt, komt het uiteindelijk neer op verplichting van de individuele melkveehouder.

« Terug naar het overzicht
Geschreven door: Tiny Manders Adviseur mestwetgeving Meer over Tiny

Delen

Deel bericht