Onterechte mestboetes? Zorg zelf voor bewijslast!

Wellicht hebt u er al wat van meegekregen, de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb, de hoogste rechter in Nederland op het gebied van economisch recht) van 18 december jongstleden die gevolgen hebben voor een groot aantal mestboetezaken.
Kortgezegd komt het erop neer dat het College in een drietal mestboetezaken van veehouders RVO ongelijk heeft gegeven omdat RVO gebruik heeft gemaakt van geheime handhavingsmarges in haar toetsing op de gebruiksnormen en verantwoordingsplicht in de mestwetgeving. En aangezien deze werkwijze door RVO ook in andere boetezaken is gehanteerd, heeft dit gevolgen voor een groot aantal nog lopende zaken.
Eerder in 2018 heeft raadsheer Advocaat-Generaal Wattel aan de hand van deze aangevochten boetebesluiten op aanvraag van het College het boetesysteem van de meststoffenwet tegen het licht gehouden en het College hierin van advies voorzien.

Maar waar hebben we het nu precies over, en wat betekent dit concreet voor u?

Conform de Meststoffenwet, artikel 14 om precies te zijn, dient u wanneer u mest produceert te verantwoorden hoeveel mest (in fosfaat en stikstof) er wordt geproduceerd, afgevoerd en wordt opgeslagen. Indien dit bij u geen sluitende balans geeft, kan u een boete ontvangen voor de niet verantwoorde fosfaat en stikstof of wordt u veroordeeld voor het overtreden van de gebruiksnormen (teveel mest op eigen grond uitgereden).
Deze boetes liegen er niet om, met € 11,- per niet-verantwoorde kg fosfaat en € 7,- per niet-verantwoorde kg stikstof. Indien er landbouwgrond onder het bedrijf zit kan er ook nog eens € 7,- per overschreden kg stikstof in de dierlijke norm bijkomen. Er is nog enige nuancering in de boetebedragen indien er meerdere normen worden overschreden, maar het zal u duidelijk zijn dat dit bedrag snel én hoog kan oplopen.

Wanneer RVO een bedrijf toetst aan de Meststoffenwet, hetzij middels een administratieve controle of fysiek door een bezoek van de NVWA, wordt er een mineralenbalans opgesteld. Dit gebeurt aan de hand van veelal door u aangeleverde gegevens van de dieren, voer, afgevoerde mest, etc. en voor onbekende factoren worden schattingen of forfaits aangehouden.
Wanneer deze mineralenbalans niet sluitend is, concludeert RVO dat het bedrijf in overtreding is.

Nu hoor ik u denken, lekker dan, op basis van theoretische cijfers wordt beoordeeld of ik teveel mest heb uitgereden of nog erger, vermeend wordt van mestfraude.

Maar gelukkig is het ook bij RVO bekend dat mest zich niet geheel in cijfers en berekeningen laat uitdrukken. Zo is het bekend dat stikstof kan vervluchtigen en fosfaat kan bezinken, evenals de kans op (meet)fouten in monsternames en analyses. Ook kunnen forfaits en schattingen de praktijk niet geheel benaderen.
De raadsheer geeft in zijn advies aan te willen voorkomen dat, op basis van louter theoretische cijfers er zogenaamde papieren overtredingen ontstaan, terwijl alle mest keurig is afgevoerd of opgeslagen of binnen de normen is verwerkt.
Daarom ligt in eerste instantie dan ook de bewijslast bij RVO. Zij dient te bewijzen dat u niet aan de verantwoordingsplicht heeft voldaan en de gebruiksnormen heeft overschreden.
Voor deze bewijslast maakt RVO gebruik van zgn. handhavingsmarges in de berekening van de mineralenbalans. Voorbeelden hiervan zijn de aangroei van een bezinklaag in de mestput, een fosfaatcorrectie bij varkens gevoerd met brijvoer of foutmarges in de geanalyseerde afgevoerde mest.

Wanneer, na toepassing van deze marges, nog steeds blijkt dat u de mineralen niet verantwoord heeft, worden de rollen omgedraaid en ligt de bewijslast nu bij u. U zal nu zelf moeten bewijzen dat u alsnog aan de verantwoordingsplicht heeft voldaan om niet met een boete naar  huis te hoeven gaan.

Nu waren de handhavingsmarges die RVO hanteerde tot voor kort geheim, en dáár knelt de schoen volgens het College. Want door het niet openbaar maken van deze marges ontneemt het betrokkene de kans om de aangevoerde gronden toereikend te toetsen, aldus het College. Met andere woorden, een bedrijf kan niet (voldoende) anticiperen op eventuele afwijkingen op de wetgeving door de eigen bedrijfsvoering.

De snelheid van de innovatie in de sector is zodanig dat het niet ondenkbaar is dat RVO dit in haar beleid niet altijd kan bijbenen.
En dan kan het voorkomen dat er onterecht een boete wordt opgelegd omdat de handhavingsmarges niet voorzien in uw specifieke bedrijfssituatie. Vervolgens is het dan aan u om met bewijslast aan te tonen dat deze boete onterecht is.
Daarom is het volgens de raadsheer en het College cruciaal dat deze handhavingsmarges openbaar zijn. Zo kan u reeds tijdig anticiperen als uw mineralenbalans niet sluitend is, bijv. door het vastleggen van gegevens voor bewijsmateriaal, nog voor er überhaupt sprake is van een boete.

Wilt u meer weten over handhavingsmarges of wilt u weten of u met uw huidige bedrijfsvoering een sluitende mineralenbalans heeft neem dan contact op met Bergs Advies. Wij staan u graag met woord en daad te hulp.

« Terug naar het overzicht
Geschreven door: Susan Vossen Adviseur mestwetgeving Meer over Susan

Delen

Deel bericht